Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014
Alinea 64 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:371.
4.4.4. De essentie van het verzenden van een e-mailbericht is dat een elektronisch bericht (de inhoud, de boodschap) door de afzender wordt verstuurd aan de geadresseerde. De wijze waarop de boodschap wordt overgebracht is daarbij van ondergeschikte betekenis: de afzender kan daarbij een hulpmiddel, hulpdienst of hulppersoon gebruiken zonder dat het hulpmiddel, de hulpdienst of de hulppersoon daarmee zelf de afzender wordt. Hulppersonen rekent het College niet tot de verzenders als zij naar maatschappelijke opvatting de verantwoordelijkheid voor de verzending niet dragen. Daarmee sluit het College aan bij de opvatting van de wetgever, die uitdrukkelijk van het begrip verzender uitsluit de provider die alleen de elektronische overbrengingsfaciliteit biedt. Het College sluit daarbij tevens aan bij zijn uitspraak van 14 juni 2012 (ECLI:NL:CBB:2012:BW8802), waarvan de overwegingen reeds een aanwijzing vormen voor het belang dat het College hecht aan de mate van inhoudelijke betrokkenheid bij de verzending voor het antwoord op de vraag of iemand als (mede-)verzender kan worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9, en de alinea staat in dat document op bytes 27985 tot 29099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9 | shasum -a 256