Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Onder 3.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:379.
Het College ziet aanleiding om allereerst in te gaan op hetgeen betrokkene heeft aangevoerd tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel d. Uit de klacht en de overwegingen 4.8.1 en volgende van de bestreden uitspraak blijkt dat dit klachtonderdeel betrekking heeft op het gebruik door betrokkene van een door de andere accountant op 3 december 2008 afgegeven verklaring over de inkomsten en bestedingen van het gezin in de jaren 2004 tot en met 2006. Betrokkene heeft die verklaring, aldus p. 14 van de bij de klacht behorende toelichting, bij brief van 5 december 2008 aan de rechtbank overgelegd. Klaagster heeft die verklaring laten beoordelen door haar financieel adviseur. Die heeft zich bij brief van 9 januari 2009 aan de advocaat van klaagster op het standpunt gesteld dat het belangrijkste bezwaar tegen de verklaring is dat de gebruikte informatie geen volledig beeld kan geven van de inkomsten; er is alleen gekeken naar boekingen op privérekeningen, terwijl het draagkrachtig inkomen van een ondernemer ook bestaat uit inkomen dat wel is genoten, maar niet is overboekt naar een privérekening. In de klachtprocedure tegen de andere accountant heeft klaagster zich op het standpunt gesteld dat uit de brief van haar financieel adviseur van 9 januari 2009 volgt dat de verklaring van 3 december 2008 onjuist en onvolledig is. Naar betrokkene in onderdeel 8.7.3 van het hoger beroepschrift terecht heeft aangevoerd moet worden aangenomen dat klaagster kort na 9 januari 2009 bekend is geworden met de brief van haar financieel adviseur. Daaruit volgt dat klaagster tevens kort na 9 januari 2009 bekend is geworden met het handelen of nalaten van betrokkene op dit punt. Nu de klacht ten aanzien dit klachtonderdeel pas bij brief van 6 juni 2012 is ingediend, derhalve niet binnen drie jaar nadat klaagster van het betreffende handelen/nalaten op de hoogte is geraakt, had dit klachtonderdeel op grond van artikel 22 van de Wtra niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Het hoger beroep van betrokkene ten aanzien van klachtonderdeel d is derhalve gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d, en de alinea staat in dat document op bytes 17558 tot 19644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d | shasum -a 256