Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Onder 3.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:379.
Klaagster heeft op p. 2 onder I van de bij brief van 16 april 2013 ingediende hogerberoepsgronden aangevoerd dat betrokkene informatie heeft achtergehouden over de dividenduitkering van 2007 en deze vervolgens grotendeels uit het gemeenschappelijk vermogen heeft laten verdwijnen. In het aanvullend hoger beroepschrift van 29 april 2014 heeft zij aangegeven dat de klacht geen betrekking heeft op het verdwijnen van geldbedragen, maar uitsluitend op het feit dat betrokkene heeft verzuimd om haar over de dividenduitkering van 2007 te informeren. Anders dan door betrokkene is betoogd gaat het hier niet om een nieuwe klacht: het College is van oordeel dat het betoog van klaagster een combinatie inhoudt van klachtonderdeel b en (een onderdeel van) klachtonderdeel a. Blijkens p. 6 van de bij de klacht behorende toelichting heeft de betreffende gedraging plaatsgevonden in de periode vóór 12 april 2012. Op of kort na 12 april 2012 is het klaagster immers duidelijk geworden dat er in 2007 dividend was uitgekeerd. Voor zover de gedraging heeft plaatsgevonden vóór 6 juni 2009, is de klacht op dit punt niet-ontvankelijk vanwege de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 22 van de Wtra (zie hiervoor hetgeen in r.o. 3.4 is overwogen). Dit klachtonderdeel, voor zover niet wegens tijdsverloop niet-ontvankelijk, ziet derhalve op de periode tussen 6 juni 2009 en 12 april 2012. Daarnaast heeft klaagster op p. 2 onder V. van de brief van 16 april 2013 in het algemeen aangevoerd dat betrokkene in het kader van de echtscheiding onjuiste verklaringen heeft afgegeven ten aanzien van het inkomen en de welstand van het gezin. Het College is van oordeel dat het door klaagster gestelde handelen van betrokkene ten aanzien van deze punten dient te worden aangemerkt als het handelen van een accountant in privé. Het College verwijst hiertoe voor zover nodig naar zijn uitspraak van 19 augustus 2011 (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:CBB:2011:BR6106). Op de vraag of privé-handelingen tuchtrechtelijk kunnen worden getoetst zal hierna worden ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d, en de alinea staat in dat document op bytes 19707 tot 21791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d | shasum -a 256