Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Onder 3.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:379.
Betrokkene heeft in hoger beroep aangevoerd dat de accountantskamer ten onrechte het klachtonderdeel ten aanzien van de verantwoording van de door [naam 5] BV op 1 juli 2009 gekochte woning in de jaarrekening 2009 gegrond heeft verklaard en dat de accountantskamer voorts ten onrechte niet op het door hem ten aanzien van dat klachtonderdeel gevoerde verweer is ingegaan. Uit het verweerschrift van betrokkene in eerste aanleg en zijn daarin genoemde e-mail aan de door de rechtbank in de echtscheidingsprocedure benoemde deskundige volgt dat [naam 3] BV tot de aankoop van de voor betrokkene bestemde woning is overgegaan omdat klaagster, aldus betrokkene, niet meewerkte aan de aankoop van een woning door betrokkene en het huren van een woning een duurdere optie was. Betrokkene heeft zich daarbij voorts op het standpunt gesteld dat de woning niet tot de vaste activa behoort, omdat de woning niet bestemd was om de uitoefening van de werkzaamheden van die onderneming te dienen, dat de woning is aangeschaft als beleggingsobject en daarom onmiskenbaar tot de vlottende activa behoort, waarbij betrokkene gekozen heeft voor de categorie effecten. Eerst in hoger beroep heeft betrokkene aangevoerd dat het de bedoeling was om de woning na de afwikkeling van de echtscheidingsprocedure (waaronder de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap) zo snel mogelijk naar het privé-vermogen van betrokkene over te brengen. Klaagsters klacht betrof het feit, dat de woning – naar haar mening ten onrechte – in de jaarrekening was ondergebracht in de vlottende activa en daarbinnen als effecten. Daarbij tekende zij aan dat de post gelet op zijn grootte zeker apart vermeld had moeten worden en dat een toelichting op zijn plaats zou zijn geweest. De accountantskamer heeft geoordeeld, dat de door betrokkene gekozen verantwoording van de woning als effecten als strijdig met het fundamentele beginsel van ‘deskundigheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel A-100.4 onder c van de VGC moet worden aangemerkt. Daaraan heeft de accountantskamer toegevoegd dat vanwege datzelfde beginsel van betrokkene verwacht had mogen worden, dat hij, gelet op het bedrijfsvreemde karakter en het materiële belang op die post in de jaarstukken een toelichting had gegeven. Waar over de verantwoording van de woning misschien nog discussie mogelijk is, onderschrijft het College met name dit laatste oordeel van de accountantskamer. Betrokkene heeft in hoger beroep tegen dat oordeel niets aangevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d, en de alinea staat in dat document op bytes 27561 tot 30107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faef752768e3b03cdf8827f181ad7aa87f5493838117e2f4a401fad7c0bd047d | shasum -a 256