Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 oktober 2014

Onder 3.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 oktober 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:394.

De stelling van appellanten dat de hoogte van de boetes onevenredig is en onvoldoende gemotiveerd slaagt naar het oordeel van het College evenmin. In de besluiten is verwezen naar artikel 57 van de Msw waarin de boetebedragen voor een overtreding van artikel 7 staan opgenomen. Bovendien zijn de boetes conform de wet gemaximeerd. Dat de feitelijk leidinggevende naast de plegers mag worden beboet is in 3.4.7 al uiteengezet. Van een ongeoorloofde cumulatie van boetes is dan ook geen sprake. Ook de omstandigheid dat appellant met de officier van justitie een schikking heeft getroffen in verband met een verdenking van het plegen van valsheid in geschrift, maakt niet dat sprake is van een ongeoorloofde cumulatie van sancties. Het gaat immers niet om dezelfde feiten. In 3.4.7 is voorts uiteengezet waarom het College van oordeel is dat de boete voor appellant 1 terecht niet is gematigd. Van de gestelde ontoereikende draagkracht is niets gebleken. Dat geldt ook voor appellante 4. Van overige bijzondere omstandigheden op grond waarvan voor appellante 4 de boete had moeten worden gematigd is evenmin sprake, gelet op haar aandeel in het geheel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d737a88d61aafff100160d5c793512f2e210da327701aa497f6262d0f021e17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d737a88d61aafff100160d5c793512f2e210da327701aa497f6262d0f021e17, en de alinea staat in dat document op bytes 33156 tot 34321.