Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 oktober 2014
Onder 4.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 oktober 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:413.
Het College ziet in het licht van de feiten en omstandigheden zoals die zijn weergegeven in het toezichtsrapport en de meergenoemde verklaringen van de betrokken dierenartsen, geen plaats voor het oordeel dat verweerder niet redelijkerwijs heeft kunnen oordelen tot de toepassing van bestuursdwang die in appellantes geval vergde dat werd overgegaan tot het meevoeren en elders onderbrengen van de op het bedrijf aanwezige dieren. Beide hiervoor genoemde dierenartsen hebben verklaard dat zij het meevoeren en elders opslaan noodzakelijk achten in het belang van het welzijn en de gezondheid van de dieren, omdat de dieren de nodige zorg werd onthouden, appellant geen actie ondernam en niet aanspreekbaar was. Zij hebben daarbij de overtuiging uitgesproken dat appellant niet in staat is zelfstandig op juiste wijze de dieren te verzorgen. Op grond van al deze bevindingen en verklaringen heeft verweerder in dit geval naar het oordeel van het College, gelet ook op de in het toezichtsrapport beschreven voorgeschiedenis en gelet op het door appellant onbenut laten van elke contactmogelijkheid met verweerder, op goede grond geconcludeerd dat er geen zicht was op het nemen van herstelmaatregelen door appellant zelf en er dus ook geen zicht op verbetering van de situatie voor de dieren op het bedrijf bestond. Verweerder heeft dan ook met het oog op het niet langer voortduren van de overtredingen die de gezondheids- en welzijnssituatie van de dieren aantasten, op goede grond kunnen oordelen dat de toepassing van de bestuursdwang vergde dat de dieren uit de bestaande huisvestingssituatie en uit het beheer van appellant werden gehaald, teneinde met het oog op diergeneeskundig onderzoek en verzorging elders te worden ondergebracht. Daarbij neemt het College in aanmerking dat het opleggen van een last aan appellant met als te nemen herstelmaatregel het zelf elders laten onderbrengen van de dieren, gelet op het aan appellant opgelegde verplaatsingsverbod, redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft derhalve op grond van artikel 5:21, eerste lid, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 5:29, eerste lid, Awb de 67 runderen mogen laten afvoeren van het bedrijf van appellant en deze dieren elders mogen onder laten brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/223f55f6c9a2ad38df864fe12ad34312ff18349b7d544c1d49f11668f10d18ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 223f55f6c9a2ad38df864fe12ad34312ff18349b7d544c1d49f11668f10d18ed, en de alinea staat in dat document op bytes 30548 tot 32825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/223f55f6c9a2ad38df864fe12ad34312ff18349b7d544c1d49f11668f10d18ed | shasum -a 256