Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:42.
Wat betreft het dossier [bedrijfsnaam 2] is niet vanzelfsprekend dat het eerdere advies uit 2004 een aantal jaren later nog steeds passend is. Appellante heeft in dit geval nagelaten te inventariseren of tussentijds relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden die van invloed zouden kunnen zijn op de financiële positie en de risicobereidheid. Voor het geven van een passend advies is het inwinnen van informatie over de financiële positie en risicobereidheid redelijkerwijs relevant. Inzake het dossier [bedrijfsnaam 3] merkt AFM op dat een opbouwpercentage een cruciale bouwsteen is van een pensioenregeling. Het bepaalt de hoogte van de pensioentoezegging en is derhalve relevant voor het advies. Appellante had deze wijziging in haar advisering over de uitvoeringsovereenkomst moeten betrekken. Het was wel degelijk redelijkerwijs relevant om informatie in te winnen over de financiële positie en risicobereidheid. In het dossier [bedrijfsnaam 4]stelt AFM dat voor de vraag of appellante aan artikel 4:23, eerste lid, Wft heeft voldaan niet relevant is of al dan niet sprake is van het beste advies. Het gaat erom of het advies in redelijkheid kon worden gegeven en daarvoor is noodzakelijk dat voldoende informatie wordt ingewonnen over onder andere de financiële positie. Zonder kennis daarvan kan niet worden bepaald wat al dan niet beheersbaar is voor de werkgever. Dat cliënten hoe dan ook beter af zijn als gevolg van de aanpassing, doet niet af aan de verplichtingen die op grond van artikel 4:23, eerste lid, Wft op appellante rusten. Het enkel aannemen dat de cliënt beter af is met de nieuwe uitvoeringsovereenkomst is te kort door de bocht, aldus AFM. Appellante miskent daarmee de impact van de wijziging voor de financiële positie van de cliënt. Gelet op de complexiteit van de uitvoeringsovereenkomst en ook het tijdsverloop vanaf de eerdere advisering had appellante de adviesregels van artikel 4:23, eerste lid, Wft moeten naleven. Nu zij dit heeft nagelaten, heeft appellante die bepaling overtreden. Dat haar cliënten tevreden zijn over de kwaliteit van de adviezen is volgens AFM niet relevant voor de vraag of appellante heeft voldaan aan artikel 4:23, eerste lid, Wft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e44274d326189cc24f9ce4969fa56d867bfa022b21a2bb9c576dd53b6cd14f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e44274d326189cc24f9ce4969fa56d867bfa022b21a2bb9c576dd53b6cd14f, en de alinea staat in dat document op bytes 15181 tot 17436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2e44274d326189cc24f9ce4969fa56d867bfa022b21a2bb9c576dd53b6cd14f | shasum -a 256