Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014

Onder 5.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:42.

Gelet op het voorgaande kwam AFM de bevoegdheid toe om appellante een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 4:23, eerste lid, Wft. Daaraan doet niet af dat haar cliënten – naar appellante stelt – tevreden waren met de aan hen gegeven adviezen. Hetgeen appellante heeft aangevoerd om te betogen dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van die overtreding en dat om die reden had moeten worden afgezien van het opleggen van de boete dan wel dat de boete moet worden gematigd, kan naar het oordeel van het College niet slagen. Het had appellante – als professioneel financieel dienstverlener – uit de betreffende regelgeving redelijkerwijs duidelijk kunnen en moeten zijn dat op haar advisering in de drie genoemde dossiers de verplichting van artikel 4:23, eerste lid, Wft van toepassing was en dat het inwinnen van de genoemde – grotendeels ontbrekende – informatie redelijkerwijs relevant was voor die advisering. Niet gebleken is dat appellante zich – inzake de door haar gestelde onduidelijkheid – tot AFM heeft gewend voor verduidelijking. De hoogte van de boete is voorts conform de daarvoor geldende regelgeving vastgesteld op een bedrag van € 30.000. Het College acht die boete in dit geval passend en evenredig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e44274d326189cc24f9ce4969fa56d867bfa022b21a2bb9c576dd53b6cd14f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e44274d326189cc24f9ce4969fa56d867bfa022b21a2bb9c576dd53b6cd14f, en de alinea staat in dat document op bytes 23928 tot 25192.