Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Onder 3.4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.
Appellant was dus na de brief van [naam 4] van 3 september 2010 op de hoogte van de inhoud van de drie klachtonderdelen en het voornemen van het BFT om bij het uitblijven van de gevraagde informatie nog een vierde klacht tegen hem in te dienen. De accountantskamer heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellant materieel geen nadeel heeft ondervonden van de omstandigheid dat de door [naam 2] – namens de voorzitter van het bestuur van het BFT – ingediende klacht afweek van het op 3 september 2010 door hem aan appellant toegezonden concept. Naar het oordeel van het College kan ook niet staande worden gehouden dat appellant vanwege de mededeling van [naam 2] aan de kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft bewerkstelligd dat [naam 1] zich niet degelijk heeft kunnen voorbereiden. Bovendien is het de (voorzitter van de) kamer voor gerechtsdeurwaarders die de zittingsdatum bepaalt. Dit betekent dat de eerste grief faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 16626 tot 17604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9 | shasum -a 256