Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Onder 3.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.
De derde grief van appellant betreft de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 2. Appellant betoogt dat de accountantskamer ten onrechte heeft overwogen dat de uitspraken van 9 mei 2010 en 14 december 2010 inzake hoor- en wederhoor, waarnaar hij heeft verwezen, niet relevant zijn, omdat er hier geen sprake is van een door betrokkenen opgestelde rapportage of persoonsgebonden onderzoek waarop de regels uit de Praktijkhandleiding inzake persoonsgerichte onderzoeken van toepassing zouden zijn. Hij stelt dat in dit geval sprake is van een wettelijke toezichttaak en dat het toepassen van hoor en wederhoor een zelfstandige verplichting is van de accountant. Volgens appellant dient de tegen hem gevoerde tuchtrechtprocedure te worden aangemerkt als ‘vervolging’ in de zin van artikel 6 EVRM. Subsidiair voert appellant aan dat de rechtswaarborgen die gelden bij een ‘persoonsgericht onderzoek’ (waarvan hier volgens hem naar de letter moet worden gesproken) ook dienen te gelden bij een tuchtrechtprocedure uit hoofde van de Gdw en dat [naam 2] c.s. essentiële rechtsbeginselen zoals ‘hoor en wederhoor’ zelfstandig in acht dienen te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18560 tot 19731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9 | shasum -a 256