Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Onder 3.8 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.
De zesde grief van appellant, die is gericht tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 4, houdt in dat de accountantskamer op grond van de uitlatingen van [naam 2] c.s. ten onrechte heeft aangenomen dat appellant niet de vrije beschikking zou hebben over de gelden op de kwaliteitsrekening, waaronder het van [naam 6] geleende bedrag van € 600.000,-. Appellant stelt dat hij dit feit altijd gemotiveerd heeft betwist en dat [naam 2] c.s. nooit onderzoek hebben verricht of stukken in het geding hebben gebracht om hun beweringen te onderbouwen. Hij is van mening dat [naam 2] c.s. hebben gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid, integriteit, objectiviteit en professionaliteit en deze feiten zelfstandig hadden moeten onderzoeken. De zevende grief van appellant, die eveneens is gericht tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 4, stelt dat de accountantskamer er ten onrechte vanuit is gegaan dat sprake zou zijn van een risicovolle lening tussen hem en [naam 6]. Appellant bevestigt dat hij op 19 april 2010 een bedrag van € 600.000,- van [naam 6] heeft geleend en dat bedrag ter meerdere zekerheid op zijn derdengeldrekening heeft doen storten. Ook bevestigt hij dat hij met [naam 6] een rentevergoeding van € 10.000,00 per maand was overeengekomen en hij [naam 6] maandelijks deze rentevergoeding betaalde. Volgens appellant blijkt echter uit de door hem overgelegde jaarstukken over de jaren 2008 en 2009, voorzien van een beoordelingsverklaring, en de door een registeraccountant geprognotiseerde balansen en resultaatrekeningen over de jaren 2010 tot en met 2013, dat het geleende bedrag en de overeengekomen rente gelet op de omzet en winstcijfers geenszins als risicovol waren te betitelen. Appellant stelt dat [naam 2] c.s. deze stelling niet hebben weersproken of onderzocht en aldus hun wettelijke onderzoeksverplichting hebben verzaakt en hebben gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit. Subsidiair voert hij aan dat hij vanwege de bezwaren van het BFT en de kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft besloten om de lening in samenspraak met [naam 6] om te zetten in een achtergestelde lening met een lager rentepercentage dan bij de op 19 april 2010 overeengekomen lening. Appellant en [naam 6] hebben zulks gedaan op 20 december 2010.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 28694 tot 31103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9 | shasum -a 256