Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014

Onder 3.8.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.

Betrokkenen stellen dat zij maandenlang bezig zijn geweest om van appellant opheldering te krijgen over de overeenkomst met [naam 6] en dat, voor zover appellant het BFT al informeerde, de informatie inconsistent was. Eerst ter zitting bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders op 9 november 2010 heeft appellant een eenzijdige en direct opeisbare schuldbekentenis overgelegd. Op grond hiervan concludeerde het BFT dat sprake was van een risicovolle geldlening en dat – met name door de directe opeisbaarheid – de bewaringspositie niet als positief kon worden gekwalificeerd. Appellant heeft de gelegenheid gehad en gebruikt om hiertegen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders en het gerechtshof Amsterdam verweer te voeren. De kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft geoordeeld dat wel degelijk sprake was van een onduidelijke en risicovolle geldlening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 31280 tot 32147.