Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Onder 3.8.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.
Het College stelt vast dat de accountantskamer zich met betrekking tot het vierde klachtonderdeel heeft beperkt tot het oordeel dat appellant tegenover de uitvoerige en gedocumenteerde weerspreking van de zijde van betrokkenen geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van betrokkenen aannemelijk heeft gemaakt. Appellant heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat betrokkenen ter zake een tuchtrechtelijk verwijt dient te worden gemaakt. Het College is gelet op hetgeen betrokkenen hebben aangevoerd van oordeel dat zij voldoende grond hadden voor hun stelling in de pleitnota van 23 december 2010 dat sprake was van een onduidelijke en risicovolle geldlening van appellant met [naam 6]. Deze grieven slagen niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 33866 tot 34606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9 | shasum -a 256