Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014

Onder 3.9.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.

Zoals hiervoor onder 3.4.1 al is overwogen heeft het BFT ingevolge artikel 32 van de Gdw de verplichting om feiten of omstandigheden die naar zijn oordeel grond opleveren voor het opleggen van een tuchtmaatregel, desgeraden in de vorm van een klacht, ter kennis te brengen van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Voor zover de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders al niet uit de op de website van het BFT gepubliceerde taakomschrijving zou blijken, kan dit niet afdoen aan de bevoegdheid van het BFT om een klacht tegen appellant in te dienen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Ook de stelling van appellant dat hij rechthebbenden op de derdengeldrekening altijd datgene heeft uitbetaald waarop zij recht hadden kan aan die bevoegdheid niet afdoen. De achtste grief faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 36052 tot 36922.