Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Onder 3.10 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:421.
Met zijn negende grief stelt appellant dat [naam 2] c.s. nooit het klachtenbeleid jegens deurwaarders bekend hebben gemaakt en de accountantskamer hieraan ten onrechte voorbij is gegaan. De accountantskamer is ook ten onrechte voorbijgegaan aan zijn vraag waarom [naam 2] c.s. wel coulance hebben betracht met andere gerechtsdeurwaarders en juist niet ten opzichte van hem. Appellant noemt daarbij gerechtsdeurwaarder [naam 8] uit [plaats 2] en gerechtsdeurwaarder [naam 9] uit [plaats 3], beiden ex-maten van hem. Hij stelt dat [naam 2] c.s. de grenzen van de zorgvuldigheid, objectiviteit en integriteit hebben geschonden door zonder rechtens objectiveerbare gronden tegen hem klachten in te dienen en niet tegen [naam 9] en [naam 8]. Met zijn tiende grief stelt appellant dat de accountantskamer niet is ingegaan op zijn standpunt dat het BFT en het handelen van [naam 2] c.s. onder de reikwijdte van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vallen. Hij voert aan dat het BFT een zelfstandig bestuursorgaan is en het handelen van [naam 2] c.s. dient te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het verbod van détournement de pouvoir, het verbod van willekeur en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zowel het BFT als ook [naam 2] c.s. zijn op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehouden om het door hen ten aanzien van gerechtsdeurwaarders gevoerde ‘tuchtklachtenbeleid’ openbaar en inzichtelijk te maken. Ditzelfde geldt voor de waarderings- en berekeningsgrondslagen op basis waarvan [naam 1] zijn bewaringspositie dient te berekenen en aan de hand waarvan [naam 2] c.s. controleren of de bewaringspositie van deurwaarders klopt. Appellant stelt dat onweersproken is dat het BFT en [naam 2] c.s. nooit bekend hebben gemaakt volgens welke waarderings- en berekeningsgrondslagen deurwaarders hun bewaringspositie dienen vast te stellen. [naam 1] is voorts van mening dat het BFT en [naam 2] c.s. in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur hebben gehandeld door hem te dwingen een bewaringspositie te rapporteren, zonder dat [naam 2] c.s. bereid waren om hem de door het BFT gehanteerde waarderings- en berekeningsgrondslagen te verstrekken. Appellant acht het onbegrijpelijk dat de accountantskamer in de uitspraken van 11 juni 2012 deze schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door [naam 2] c.s. niet in haar overwegingen heeft meegenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9, en de alinea staat in dat document op bytes 37027 tot 39549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24fa49ee00af6e17ef8c0d2e924774380c459ccc2e664a5edeaae4ba1dc33f9 | shasum -a 256