Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 december 2014
Onder 3.3.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 december 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:436.
Klachtonderdeel IV, eveneens weergegeven in rechtsoverweging 3.1 van de bestreden tuchtuitspraak, behelst, kort gezegd, het verwijt dat [naam 1] heeft nagelaten toereikende controlewerkzaamheden uit te voeren op de toelichtingen op de vastrentende beleggingen. Dat verwijt is niet aan te merken als een (nadere) concretisering van het onder 3.3.4 geschetste vermoeden, omdat AFM, naar het College begrijpt, een ander, op zichzelf te beschouwen, onderdeel van de jaarrekening 2006 van PPF aan de orde stelt, te weten de post ‘vastrentende beleggingen’. Het moet ervoor worden gehouden dat AFM eerst in de periode van 13 tot en met 15 oktober 2008 zodanige feiten heeft geconstateerd dat daarop redelijkerwijs een vermoeden kon worden gebaseerd dat [naam 1] ten aanzien van de post vastrentende beleggingen in de jaarrekening 2006 van PPF tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft nagelaten toereikende controlewerkzaamheden uit te voeren. Daartoe is het volgende redengevend. AFM heeft, zoals onbestreden door de accountantskamer in rechtsoverweging 4.8.1 van de bestreden tuchtuitspraak is vastgesteld, ten aanzien van dit klachtonderdeel gesteld dat [naam 1] een SAS70-verklaring had moeten opvragen en beoordelen, alsmede veel eerder navraag had moeten doen naar eventuele interne beheersmaatregelen voor de getrouwheid van de toelichtingen op de vastrentende beleggingen en – naar aanleiding van het antwoord daarop – aanvullende controlemaatregelen moeten plannen en uitvoeren. Vast is komen te staan dat AFM in de genoemde periode van 13 tot en met 15 oktober 2008 op het kantoor van [naam 2] voor het eerst van een aantal vastleggingen uit het controledossier van PPF heeft kennisgenomen, waaronder het document ‘Verslag aan het College van Beheer inzake jaarrekening 2006’ van 24 april 2007. Uit dat document blijkt, hetgeen ook door [naam 1] wordt bevestigd, dat op het moment van afgifte van de goedkeurende accountantsverklaring [naam 1] nog niet in het bezit was van een SAS70-verklaring. De vermelding in het rapport van 28 februari 2008 dat er een SAS70-verklaring is opgevraagd, komt niet de door [naam 1] gewenste betekenis toe, omdat dat rapport geen aanwijzingen bevat dat [naam 1] vervolgens geen SAS70-verklaring had verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dcfaa0aec8b4c5479eacb48217b8f7bcd88bdf0364b2792b3d07e37aa56f6ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dcfaa0aec8b4c5479eacb48217b8f7bcd88bdf0364b2792b3d07e37aa56f6ed, en de alinea staat in dat document op bytes 19261 tot 21525.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dcfaa0aec8b4c5479eacb48217b8f7bcd88bdf0364b2792b3d07e37aa56f6ed | shasum -a 256