Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014

Onder 4.2.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:438.

Het is in beginsel in een zaak als deze niet de taak van de bestuursrechter, maar van het bestuursorgaan, om het bewijs “rond te maken”. Het antwoord op de vraag of het ontbrekende bewijs nog valt te verkrijgen, berust op een inschatting; absolute zekerheid daarover valt veelal niet te verkrijgen. De rechter is niet gehouden iedere theoretische kans te bieden en hij mag mede in aanmerking nemen of het nadere onderzoek binnen een redelijke tijd zal zijn afgerond en hoe groot de kans van slagen is. Is er een reëel uitzicht dat het ontbrekende bewijs nog wordt geleverd, dan beslist de rechter of hij het bestuursorgaan de kans daartoe wil bieden. In een voorkomend geval kan hij dat weigeren, bijvoorbeeld als die gelegenheid zich niet verdraagt met de door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangde voortvarende behandeling en gewaarborgde rechten van de verdediging. Een andere reden kan zijn dat het bestuursorgaan, mede gelet op het gewicht van de zaak, voldoende herstelkansen heeft gehad en deze onbenut heeft gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/038aa2f896211f1cb265fb1ddb111eb0974f19c35c67fc183f98f01e86f1106b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 038aa2f896211f1cb265fb1ddb111eb0974f19c35c67fc183f98f01e86f1106b, en de alinea staat in dat document op bytes 25997 tot 27074.