Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014
Onder 4.3.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:438.
De eerste klachten over de e-mailberichten van verweerders kwamen in 2007 bij ACM binnen. Het onderzoek van ACM begon in 2010. Vanaf het eerste moment dat duidelijk werd dat ACM aan hen een boete wilde opleggen, hebben Digital, Rivièra, [naam 1] en [naam 2] gemotiveerd aangevoerd dat het bewijs van ACM niet toereikend was om aan te nemen dat de mailberichten aan abonnee(s) (en tot 1 oktober 2009: natuurlijke personen) waren verzonden. Daarmee heeft ACM ruime gelegenheid gehad om aanvullend bewijs te verzamelen. Zij heeft gewacht tot na de aangevochten uitspraak. Inmiddels is geruime tijd verstreken sinds de feiten zich hebben voorgedaan, waarmee de kans dat ACM alsnog bruikbaar aanvullend bewijs weet te verzamelen verder is afgenomen. Onder deze omstandigheden zal het College ACM niet opnieuw de gelegenheid te bieden om aanvullend bewijs bij te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/038aa2f896211f1cb265fb1ddb111eb0974f19c35c67fc183f98f01e86f1106b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 038aa2f896211f1cb265fb1ddb111eb0974f19c35c67fc183f98f01e86f1106b, en de alinea staat in dat document op bytes 34325 tot 35204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/038aa2f896211f1cb265fb1ddb111eb0974f19c35c67fc183f98f01e86f1106b | shasum -a 256