Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 februari 2014

Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 februari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:62.

Uit artikel 1:97, eerste en vierde lid, Wft vloeit voort dat AFM verplicht is een besluit tot het opleggen van een boete openbaar te maken, tenzij de openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door AFM uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Die uitzondering doet zich in dit geval niet voor. Voor een verdere belangenafweging, naast die van het vierde lid, is geen plaats (zie de uitspraak van het College van 11 februari 2013; ECLI:NL:CBB:2013:BZ1864). De omstandigheid dat de transacties, die aanleiding hebben gegeven tot het boetebesluit, meer dan drie en een half jaar geleden hebben plaatsgevonden, kan er dan ook niet toe leiden dat van openbaarmaking van het boetebesluit op grond van artikel 1:97 Wft moet worden afgezien. Datzelfde geldt voor de gestelde ongewenste gevolgen van de openbaarmaking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508a6a5ea4b0e5594533eead7e5889f992bd144ff8b1ec72de1e19491ff514aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508a6a5ea4b0e5594533eead7e5889f992bd144ff8b1ec72de1e19491ff514aa, en de alinea staat in dat document op bytes 12617 tot 13477.