Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 februari 2014
Alinea 53 College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 februari 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:65.
3.5 Appellanten voeren aan dat hen geen enkel verwijt valt te maken. Zij gingen er van uit dat het product geen compost was op grond van de informatie en toezeggingen van [bedrijf 2]. Bovendien hadden zij aan [bedrijf 2] duidelijk gemaakt dat zij geen meststoffen wilden afnemen. Appellanten behoefden geen argwaan te hebben, gelet op de positie van [bedrijf 2], haar nauwe banden met Dienst Regelingen, de verwijzingen naar projecten waar volgens [bedrijf 2] het product met goedkeuring van Dienst Regelingen was gebruikt en de vele landbouwers die het product afnamen. Dat appellanten geen afleveringsbewijzen hebben ontvangen, was voor hen juist een bevestiging dat het niet om meststoffen ging. Om die reden kan aan appellanten evenmin worden verweten dat zij de compost niet in het bemestingsplan hebben opgenomen. Misleiding en dwaling staan daarom aan boeteoplegging in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3d04b06d5c135e98ef342ac7a60b8aa4017bb070059f7af64f1dc4961dfa1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3d04b06d5c135e98ef342ac7a60b8aa4017bb070059f7af64f1dc4961dfa1a, en de alinea staat in dat document op bytes 24844 tot 25743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa3d04b06d5c135e98ef342ac7a60b8aa4017bb070059f7af64f1dc4961dfa1a | shasum -a 256