Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 maart 2014
Onder 3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 maart 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 maart 2014, ECLI:NL:CBB:2014:67.
Met betrekking tot de overtreding van het verbod van marktmanipulatie is de rechtbank van oordeel dat [bedrijfsnaam 2] artikel 5:58 eerste lid, aanhef en onder d, Wft (oud) heeft overtreden doordat haar toenmalige CEO op 5 juni 2008 tijdens een gefilmde en aan de media beschikbaar gestelde presentatie heeft gezegd dat de solvabiliteit van [bedrijfsnaam 2] “op plan” en “sterk” is, dat [bedrijfsnaam 2] de vermogensdoelstellingen voor 2009 wil bereiken door onder meer niet-verwaterende financiële instrumenten uit te brengen, dat de niet-verwaterende instrumenten NITSH I en II goed lopen en dat het proces rondom de EC remedies op schema ligt. De rechtbank is van oordeel dat ten tijde van de presentatie van de CEO op 5 juni 2008 binnen [bedrijfsnaam 2] echter al bekend was dat de solvabiliteit niet “op plan” en niet “sterk” was, dat met NITSH I en II minder kapitaal was binnengehaald dan beoogd en dat allerminst zeker was dat [bedrijfsnaam 2] wel voldoende kapitaal kon binnenhalen indien zij vasthield aan het eerdere uitgangspunt dat interim dividend niet werd uitgesteld en geen uitgifte van verwaterende aandelen zou plaatsvinden. Op 17 mei 2008 lag al een solvency contingency plan gereed om over te gaan tot de uitgifte van verwaterende aandelen. AFM heeft voorts terecht aangenomen dat de uitspraken van de CEO de gemiddelde belegger kunnen hebben beïnvloed bij zijn beleggingsbeslissing. De zinsnede in artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, Wft dat de verspreider van de informatie weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die informatie onjuist of misleidend is, veronderstelt een zekere mate van verwijtbaarheid van de verspreider. Die maatstaf is vervuld. De CEO heeft de presentatie gegeven als vertegenwoordiger van [bedrijfsnaam 2]. Zijn uitspraken kunnen derhalve worden toegerekend aan [bedrijfsnaam 2]. Voorts dient de kennis waarover [bedrijfsnaam 2] beschikte op en voorafgaande aan 5 juni 2008 te worden betrokken bij de vraag of de uitspraken van de CEO geacht konden worden misleidend te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/109a7f96765630f3acec7f85da6f7ab1a89db513f9695301507607bd98d6b667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 109a7f96765630f3acec7f85da6f7ab1a89db513f9695301507607bd98d6b667, en de alinea staat in dat document op bytes 32651 tot 34785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/109a7f96765630f3acec7f85da6f7ab1a89db513f9695301507607bd98d6b667 | shasum -a 256