Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2014

Onder 3.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:69.

De accountantskamer heeft onder 4.4 tot en met 4.6.3 van de bestreden uitspraak, samengevat weergegeven, geoordeeld dat in dezen sprake is van een onderzoek met persoonsgerichte aspecten. De aan appellant verstrekte opdracht houdt immers onder meer – expliciet – in dat appellant een reactie diende te geven op de kwaliteit van de onder verantwoordelijkheid van klager tot stand gekomen financiële rapportages, te inventariseren welke knelpunten er werden ervaren in de tussentijdse financiële informatie en hoe een en ander beter kon. Ook de inhoud van het door appellant uitgebrachte rapport laat geen andere conclusie toe dan dat het door hem uitgevoerde onderzoek (mede) het functioneren van klager betrof. Bij het (ook) in dit soort zaken toe te passen conceptueel raamwerk zal de accountant vooral aandacht dienen te besteden aan bedreigingen voor zijn objectiviteit en deskundigheid en zorgvuldigheid als gevolg van belangenbehartiging en/of van vertrouwdheid met de opdrachtgever/cliënt en dient hij, zich daarvan bewust zijnde, adequate waarborgen te treffen. Naar het oordeel van de accountantskamer is niet gebleken dat appellant zich in voldoende mate gerealiseerd heeft dat zijn rapport in de juridische strijd/ontslagprocedure tussen klager en [stichting] zou (kunnen) worden ingebracht, en dat hij in dat kader voldoende waarborgen heeft getroffen. Weliswaar houdt de opdrachtbevestiging in, zakelijk weergegeven, dat het rapport niet aan derden mag worden afgegeven zonder voorafgaande toestemming van [bedrijfsnaam] N.V. (hierna: [bedrijfsnaam]), maar gesteld noch gebleken is dat appellant [stichting] expliciet heeft medegedeeld dat het rapport niet in de (juridische) strijd/ontslagprocedure tussen [stichting] en klager mocht worden gebruikt. Voorts heeft hij niets ondernomen toen hem bekend werd dat zijn bevindingen zoals neergelegd in het door hem uitgebrachte rapport in de juridische strijd tussen klager en [stichting] werden betrokken. Het staat volgens de accountantskamer vast dat [stichting] in haar besluit tot ontslag van klager (onder meer) heeft verwezen naar het rapport van appellant en dat klager dat rapport heeft ingebracht in de vervolgens door hem tegen dat ontslag aangespannen procedure. De accountantskamer heeft verder vastgesteld dat uit niets blijkt dat appellant voorafgaande aan, dan wel bij zijn werkzaamheden heeft onderzocht of, en zo ja, in hoeverre de Gedragsrichtlijn en/of de daaromtrent gevormde jurisprudentie van belang zou kunnen zijn bij het door hem voldoen aan de basisprincipes, verplichtingen en essentiële werkzaamheden uit wet- en regelgeving. Gevolg daarvan is volgens de accountantskamer dat geoordeeld moet worden dat appellant het conceptueel raamwerk niet heeft toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f82c772f23b48cfdec8dac230bc5353f06d4962210f9b223410b6bd4eaada77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f82c772f23b48cfdec8dac230bc5353f06d4962210f9b223410b6bd4eaada77, en de alinea staat in dat document op bytes 10561 tot 13331.