Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2014

Onder 5.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:96.

Hetgeen appellante heeft aangevoerd om te betogen dat er geen grond is voor het opleggen van de boete, dan wel dat de boete moet worden gematigd, kan naar het oordeel van het College niet slagen. Gelet op de hiervoor gegeven oordelen staat in rechte vast dat appellante artikel 102 BGfo heeft overtreden en dat haar die overtreding kan worden verweten. De omstandigheid dat betrokkene, zoals door appellante is gesteld, niet betrokken was bij het strafbare feit, noch de omstandigheid dat er bij hem geen sprake is van opzet en dat hij niets te verbergen had, maakt dat er grond zou zijn voor het afzien van het opleggen van de boete of het matigen van die boete. De bij het besluit van 17 november 2010 gehandhaafde boete is naar het oordeel van het College evenredig en passend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cff931cf027937a0e4108043915ff0d0e6dd638a4a142366acf73e678f6afa3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cff931cf027937a0e4108043915ff0d0e6dd638a4a142366acf73e678f6afa3c, en de alinea staat in dat document op bytes 24941 tot 25734.