Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:106.
In een bestuursrechtelijk geschil op grond van de Wet Bpf 2000 behoort het op zichzelf tot de mogelijkheden dat de rechter zich ook uitlaat over de aan een voorliggend besluit ten grondslag liggende beoordeling of een deelnemingsverplichting bestaat, hetgeen het College in het verleden ook heeft gedaan (zie de uitspraken van 11 november 2004 (ECLI:NL:CBB:2004:AR5680), en 16 december 2004 (ECLI:NL:CBB:2004:AR8323)). Gelet op de hiervoor weergegeven, door de wetgever gemaakte rechterlijke bevoegdheidsverdeling en met het oog op een doelmatige verdeling van rechtsmacht, is het College, in het voetspoor van zijn uitspraak van 13 maart 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:113), thans van oordeel dat de civiele rechter de meest gerede rechter is om te oordelen over de vraag of een deelnemingsverplichting bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3942d7093a3315c43b30d464c19037e3ebeec43a8375a3583388a1038a3cab5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3942d7093a3315c43b30d464c19037e3ebeec43a8375a3583388a1038a3cab5a, en de alinea staat in dat document op bytes 16955 tot 17773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3942d7093a3315c43b30d464c19037e3ebeec43a8375a3583388a1038a3cab5a | shasum -a 256