Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015

Onder 2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:110.

De rechtbank heeft het beroep van de Gemeenten tegen Besluit II (AWB 08/1659) ongegrond en het beroep van KPN c.s. tegen datzelfde besluit (AWB 08/1654) gegrond verklaard. De rechtbank heeft Besluit II vernietigd en bepaald dat de Gemeenten de kosten van de verplaatsing van de kabels dienen te dragen vanaf de datum van hun respectieve verzoeken tot de verplaatsing. De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen. De Gemeenten zijn niet in de civiele procedure tussen de Staat en KPN c.s. betrokken, zodat de uitkomst van die procedure geen invloed heeft op de rechtsbetrekkingen tussen KPN c.s. enerzijds en de Gemeenten anderzijds. De vraag wie de kosten dient te dragen dient te worden bepaald aan de hand van het moment waarop het verzoek tot verlegging van de kabels is gedaan. De Gemeenten hebben hun verzoeken gedaan op 21 april 2004 en 28 september 2004. KPN c.s. dienen de kosten te dragen indien de verplaatsing op dat moment nodig was door of vanwege de Gemeenten. Het verzoek om verplaatsing is gedaan ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden tot reconstructie en verbreding van de rijksweg A12 en de provinciale wegen N209 en N219. Op de plek van de kabels zou na die reconstructie en verbreding de A12, dan wel een afrit van of oprit naar de A12 komen te liggen. De A12 valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Rijkswaterstaat. De werkzaamheden zijn zodoende verricht door of vanwege de Staat. De rechtbank ziet geen grond voor het standpunt dat de werkzaamheden mede zijn verricht door of vanwege de Gemeenten. Een dergelijke ruime uitleg van het begrip “door of vanwege” als bedoeld in artikel 5.7 (oud) van de Tw strookt niet met de restrictieve uitleg van de Hoge Raad in zijn arrest van 3 december 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AR0264). Nu de werken niet door of vanwege de Gemeenten zijn verricht, waren zij ingevolge artikel 5.7, tweede lid, van de Tw (oud), uitgaande van hun verzoeken van 21 april 2004 en 28 september 2004, gehouden om de kosten van de verplaatsing te dragen. De Gemeenten hebben deze verzoeken niet ingetrokken. Dit betekent dat de verplichtingen van de Gemeenten tot vergoeding van de kosten van de verplaatsing zijn blijven bestaan. Dit geldt ook na overdracht van de gronden en na de brieven van 2 november 2005. Die brieven kunnen niet als nieuwe verzoeken worden aangemerkt; daaruit kunnen slechts rechten en verplichtingen tussen de Staat en KPN c.s. ontstaan. De Gemeenten zijn daarom ook op en na 2 november 2005 gehouden om de kosten van de door hen verzochte verplaatsing te dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caed2ee4d3197b815e91a1ba7972f4b9af365469344233d32395ec23a76198bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caed2ee4d3197b815e91a1ba7972f4b9af365469344233d32395ec23a76198bb, en de alinea staat in dat document op bytes 19378 tot 21985.