Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015

Onder 3.5.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:110.

“3.9 Onderdeel 2 komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het hof dat de Staat, toen de gemeenten op 21 april en 28 september 2004 om verplaatsing van de kabels vroegen, geen gedoogplichtige was in de zin van art. 5.8 lid 1. Dit oordeel is ingegeven door de rechtsopvatting van het hof (rov. 5.2), kort gezegd, dat een derde die van de rechthebbende toestemming heeft gekregen om gronden te gebruiken voor de uitvoering van werken waarvoor de verplaatsing van kabels nodig is, niet reeds daardoor op de voet van lid 1 van art. 5.8 als "degene op wie de gedoogplicht rust" een verplichting in het leven kan roepen van de in dat artikellid bedoelde aanbieder om de ten dienste van zijn netwerk in die gronden liggende kabels op eigen kosten te verplaatsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caed2ee4d3197b815e91a1ba7972f4b9af365469344233d32395ec23a76198bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caed2ee4d3197b815e91a1ba7972f4b9af365469344233d32395ec23a76198bb, en de alinea staat in dat document op bytes 43932 tot 44726.