Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015
Alinea 42 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:116.
8. In de adviezen van Bureau Bibob komt naar voren dat ten aanzien van [naam 3] en zijn ondernemingen met betrekking tot de a-grond sprake is van zes veroordelingen voor strafbare feiten gepleegd in de periode van 3 augustus 2005 tot en met 12 augustus 2010. Voorts heeft bij de beoordeling door Bureau Bibob meegewogen dat [naam 3] met zijn ondernemingen vermoedelijk heeft gehandeld in strijd met belastingwetgeving. Er is sprake van een ernstig vermoeden dat niet is voldaan aan de verplichtingen die zijn voorgeschreven in de artikelen 47 en 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), alsmede dat opzettelijk onjuist aangifte is gedaan. Het College overweegt dat appellante, behalve dan de blote ontkenning dat strafbare feiten zijn gepleegd, niets heeft aangevoerd dat doet twijfelen aan de conclusies van Bureau Bibob. Gezien de opgelegde naheffingsaanslagen acht het College het aannemelijk dat groot financieel voordeel is behaald. [naam 3] diende bijvoorbeeld over de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 september 2009 een bedrag van € 18.888,- na te betalen, exclusief de opgelegde vergrijpboetes. Daarnaast zijn over die periode ook naheffingen opgelegd voor een bedrag van € 2.529,-. Over de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 februari 2009 is een naheffing opgelegd ter hoogte van € 21.334,-, exclusief de opgelegde vergrijpboetes. De naheffingsaanslagen van € 18.888,- en € 21.334,- zijn nooit voldaan. Dat met de Belastingdienst vaststellingsovereenkomsten zijn gesloten en dat de bedragen die daarbij zijn vastgesteld wel zijn voldaan, maakt niet dat de feiten de conclusie in het (aanvullend) Bibob-advies over de grootte van het verkregen voordeel in onvoldoende mate kunnen dragen. Dat het financiële voordeel mogelijk in een faillissement terecht is gekomen, is daarbij niet van belang. Bureau Bibob noch verweerder hoeft aan te tonen op welke wijze crimineel vermogen is aangewend. Gelet op het vorenstaande concludeert het College dat artikel 3, eerste lid, onderdeel a van de Wet Bibob hier reeds op basis van hetgeen is geconstateerd ten aanzien van [naam 3] van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d28ee411b062003d8424ea04ff03a4b435cf0498dd8f2b46c66eca910e613e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d28ee411b062003d8424ea04ff03a4b435cf0498dd8f2b46c66eca910e613e28, en de alinea staat in dat document op bytes 19710 tot 21857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d28ee411b062003d8424ea04ff03a4b435cf0498dd8f2b46c66eca910e613e28 | shasum -a 256