Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2015
Onder 3.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:120.
Het College overweegt dat verweerder dient aan te tonen dat een of meer door artikel 40, eerste lid, van de Gwd verboden lichamelijke ingrepen bij een dier zijn verricht. Het College is van oordeel dat verweerder, gelet op de bevindingen in het controleverslag, waarvan het proces-verbaal en het berechtingsrapport deel uitmaken, terecht heeft vastgesteld dat op het bedrijf van appellante in 2008 en 2009 op grote schaal kalveren zijn gecoupeerd. Het College overweegt voorts dat het, zoals volgt uit de hiervoor geciteerde Nota van Toelichting, aan appellante is – die zich immers beroept op een uitzondering op het verbod zoals vervat in het tweede lid, aanhef en onder b, van voormelde bepaling – om aan te tonen dat voor de verrichte lichamelijke ingrepen een diergeneeskundige noodzaak bestaat. Daarbij mag naar het oordeel van het College van haar worden verlangd dat zij per dier het bestaan van die noodzaak aantoont.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97becc8d609fad00ab277926f5354f4f465ee915c7368e1caca385e768659c70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97becc8d609fad00ab277926f5354f4f465ee915c7368e1caca385e768659c70, en de alinea staat in dat document op bytes 39412 tot 40371.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97becc8d609fad00ab277926f5354f4f465ee915c7368e1caca385e768659c70 | shasum -a 256