Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015

Alinea 57 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:121.

In het gesprek met cliënt [naam 3] informeert de accountmanager, nadat hij heeft vernomen dat de cliënt een geldbedrag wenst te schenken aan zijn gehandicapte zoon, wat de bedoeling is voor de zoon om met dat geld te gaan doen. Nadat de cliënt aangeeft dat het de bedoeling is dat zijn zoon daarmee zijn minimumloon kan aanvullen, zodat er meer welzijn voor hem wordt gecreëerd in het leven, maakt de accountmanager de volgende opmerking: “Ja, dus eigenlijk zou uw zoon dan zo’n belegging moeten hebben zoals die bond van ons, waarmee hij elk jaar een vaste…” Het College is van oordeel dat ook in dit gesprek een specifiek product is aanbevolen, dat past bij de persoonlijke omstandigheden van de cliënt en diens zoon. Daaraan doet niet af dat de cliënt het advies meteen heeft verworpen omdat het te schenken geldbedrag op dat moment was uitbesteed aan een vermogensbeheerder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a, en de alinea staat in dat document op bytes 22656 tot 23596.