Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015
Alinea 63 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:121.
8. Appellante heeft in hoger beroep voorts aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar betoog dat de cautieplicht is geschonden, niet slaagt. Appellante heeft in dit verband aangevoerd, naar het College begrijpt, dat reeds op 28 mei 2010 (de datum waarop AFM het voornemen tot oplegging van een last onder dwangsom aan appellante kenbaar heeft gemaakt) sprake was van een criminal charge, omdat vanaf dat moment het opleggen van een punitieve sanctie een te overwegen alternatief werd. Volgens appellante had AFM bij het opvragen van nadere informatie bij brief van 8 juli 2010 een cautie dienen te geven. Door dat na te laten heeft AFM appellantes pre-processuele positie geschaad. De antwoorden op de brief van 8 juli 2010 konden volgens appellante bijdragen aan de vaststelling van de omvang, de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a, en de alinea staat in dat document op bytes 27472 tot 28355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a | shasum -a 256