Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015

Alinea 68 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:121.

9. Appellante heeft ten slotte gesteld dat de boete verder gematigd dient te worden dan de rechtbank heeft gedaan. Appellante heeft hiertoe aangevoerd dat de overtreding van zeer geringe ernst is nu AFM uit een totaal van 4.619 gesprekken slechts in 6 gesprekken een overtreding heeft kunnen vaststellen. De door appellante gegeven adviezen hebben voorts niet geleid tot aan- of verkopen van financiële instrumenten en derhalve ook niet tot financieel voordeel voor appellante of financieel nadeel voor de betreffende beleggers. Voorts is volgens appellante sprake van verminderde verwijtbaarheid: nu de wetgever de scheidslijn tussen effectenbemiddeling en beleggingsadvies niet afdoende helder heeft afgebakend, kan van appellante niet worden verwacht dat zij te allen tijde aan de juiste kant van die scheidslijn opereert. Ook meent appellante dat de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verder gematigd dient te worden dan de rechtbank heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbadc13b49fe2b55df45cad68bd696a43607790dc59dce6b7d592fc1b9c7e29a, en de alinea staat in dat document op bytes 31315 tot 32433.