Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015
Onder 1.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:132.
4. Appellante heeft aangevoerd dat de handhaving van het besluit tot vaststelling van de subsidie op nihil bij het bestreden besluit onevenredig is en onzorgvuldig is voorbereid, terwijl het bestreden besluit bovendien niet deugdelijk is gemotiveerd. Appellante heeft er op gewezen dat de vaststelling op nihil voor haar onevenredige gevolgen heeft. Verweerder heeft de nihil stelling gebaseerd op een administratieve en niet op een inhoudelijke reden. De gesubsidieerde activiteiten zijn volledig door appellante verricht. Daarmee heeft appellante een bijdrage heeft geleverd aan de doelstelling van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (de Verordening) en de Regeling. De onevenredigheid wordt onderstreept doordat appellante niet is gewezen op de mogelijke gevolgen van een indiening buiten de gestelde termijn terwijl geen sprake is van zwaarwegende belangen die nopen tot een ingrijpend besluit als nihil vaststelling. Onder verwijzing naar de uitspraken van het College van 27 maart 2003 (ECLI:NL:CBB:2003:AF7108) en 31 januari 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AS4481) heeft appellante erop gewezen dat voor de evenredigheidstoetsing mede van belang is of de subsidieontvanger is gewezen op de mogelijkheid dat de subsidie ambtshalve op nihil kan worden vastgesteld indien niet binnen de gestelde termijn een vaststellingsaanvraag wordt gedaan of dat is aangekondigd dat de subsidie op nihil zal worden vastgesteld. In de brieven noch in de telefonische contacten tussen appellante en verweerder werd gewezen op de mogelijkheid van nihil vaststelling, terwijl de toenmalige gemachtigde van appellante vrijwel dagelijks in contact stond met verweerder. Omdat uitstelverzoeken gewoonlijk worden gehonoreerd en de toenmalige gemachtigde van appellante zich niet eerder geconfronteerd zag met een nihilstelling vanwege te late indiening van een aanvraag, heeft hij erop vertrouwd dat medewerking zou worden verleend en werd hij verrast door de vaststelling op nihil. Voorts heeft appellante erop gewezen dat de Verordening en de Regeling er niet aan in de weg staan dat de subsidie na het verstrijken van de gestelde termijn alsnog wordt vastgesteld. Appellante acht onbegrijpelijk dat in het bestreden besluit staat dat verweerder zwaarwegende belangen heeft in de vorm van een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Regeling en het tijdig kunnen verantwoorden van uitbetaalde subsidiegelden. Ook wanneer de subsidie wordt vastgesteld na het verstrijken van de termijn, resteert er nog voldoende tijd voor de uitvoering van de Regeling. Dat van zwaarwegende belangen geen sprake is blijkt ook uit de suggestie in het bestreden besluit dat een onvolledige aanvraag had kunnen worden ingediend, wat immers tot verlenging van de gestelde termijn zou hebben geleid omdat verweerder een termijn moet geven om de aanvraag aan te vullen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc, en de alinea staat in dat document op bytes 11858 tot 14757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc | shasum -a 256