Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015
Onder 1.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:132.
7. In hetgeen appellante heeft aangevoerd bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder ten aanzien van appellante onzorgvuldig heeft gehandeld. Van belang is dat verweerder appellante bij brief van 30 oktober 2013 eraan heeft herinnerd dat de uiterlijke inleverdatum van de aanvraag tot subsidievaststelling 30 december 2013 is, dat verweerder appellante op 30 december 2013 uitstel heeft verleend voor het indienen van die aanvraag tot 14 januari 2014 en dat verweerder na afloop van die termijn appellante bij brief van 31 januari 2014 opnieuw in de gelegenheid heeft gesteld die aanvraag in te dienen. Uit de door appellante genoemde uitspraken van het College kan niet worden afgeleid dat de subsidie alleen dan op nihil kan worden vastgesteld, indien daarop voorafgaand aan die vaststelling is gewezen. Voor appellante had het als professionele marktpartij, bijgestaan door een op het gebied van subsidies gespecialiseerde gemachtigde, duidelijk moeten zijn dat het (tijdig) indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling belangrijk is en dat verweerder ambtshalve de subsidie lager en dus ook op nihil kan vaststellen indien geen aanvraag om subsidievaststelling is ingediend. Dat verweerder aan appellante niet heeft meegedeeld dat de subsidie op nihil kan of zal worden vastgesteld indien appellante geen aanvraag om subsidievaststelling indient, betekent dan ook niet dat verweerder ter zake onzorgvuldig heeft gehandeld dan wel dat verweerder de subsidie in redelijkheid niet op nihil heeft kunnen vaststellen. Hoewel appellante terecht heeft opgemerkt dat blijkens de aantekening op het e-mailbericht van 15 januari 2014 het kennelijk verweerders voorkeur had dat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie volledig zou worden ingediend, moet worden vastgesteld dat verweerder appellante daarna bij brief van 31 januari 2014 opnieuw in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag in te dienen en dat verweerder (de toenmalige gemachtigde van) appellante op 13 februari 2014 telefonisch heeft benaderd om te bewerkstelligen dat uiterlijk 14 februari 2014 (eventueel een onvolledige) aanvraag zou worden ingediend. Appellante mocht er dus niet meer op vertrouwen dat de voorkeur van verweerder voor een buiten de termijn ingediende volledige aanvraag zwaarder zou wegen dan een binnen de termijn ingediende onvolledige aanvraag. Dat de brief van 31 januari 2014 automatisch is opgemaakt en kennelijk niet is toegesneden op het concrete geval en dus ook geen rekening houdt met de termijn die daadwerkelijk nodig is om de aanvraag tot vaststelling van de subsidie te doen, doet niets af aan het gegeven dat verweerder reeds op 30 december 2013 met appellante heeft afgesproken dat uitstel tot 14 januari 2014 akkoord is en dat verweerder, na vastgesteld te hebben dat appellante ook op 14 januari 2014 nog geen aanvraag had ingediend, appellante bij brief van 31 januari 2014 opnieuw een termijn van twee weken heeft gegeven om een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen. Appellante heeft bovendien niet binnen die termijn van twee weken – ook niet op 13 februari 2014 toen verweerder haar (toenmalige gemachtigde) heeft benaderd – aan verweerder kenbaar gemaakt dat die termijn van twee weken te kort was om de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen dan wel een onvolledige aanvraag ingediend zoals verweerder op 13 februari 2014 had gesuggereerd, maar heeft ermee volstaan buiten die termijn een verzoek om uitstel in te dienen en heeft aldus het risico aanvaard dat verweerder de aanvraag tot subsidievaststelling ambtshalve zou vaststellen op nihil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc, en de alinea staat in dat document op bytes 15484 tot 19123.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dc329498f9309ec643f56fec63f00e09d12d888b66811e327a3d1ce981ce7cc | shasum -a 256