Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2015

Alinea 20 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2015, ECLI:NL:CBB:2015:177.

2. [onderneming] heeft in haar zienswijze ten eerste gesteld dat zij zich niet kan verenigen met delen van drie in de openbaar te maken teksten opgenomen zinnen. Naar de mening van [onderneming] wordt in deze zinnen gesuggereerd dat het oordeel van AFM betrekking zou hebben op alle door [onderneming] met consumenten gevoerde gesprekken. In de eerste zin wordt dit volgens [onderneming] onder meer veroorzaakt door gebruik van de zinsnede “in elk geval”. In de tweede en derde zin gebeurt dit door ongeclausuleerd te spreken van “consumenten”. [onderneming] vindt de suggestie die aldus wordt gewekt onjuist, omdat slechts een zeer klein aantal (3) van de onderzochte gesprekken (circa 80) – en ten opzichte van het totaal aantal gevoerde gesprekken (duizenden) een miniem percentage – in het geding is geweest. Nu slechts vanwege die drie gesprekken en de daarbij betrokken consumenten de last onder dwangsom en de boete zijn opgelegd, hecht [onderneming] er sterk aan dat voor het woord “consumenten” telkens het woord “enkele” wordt opgenomen. Zonder deze aanpassing zou openbaarmaking van de tekst leiden tot strijd met de doelen van het toezicht, waaronder de ordelijkheid en transparantie van marktprocessen en de zuivere verhoudingen tussen marktpartijen, respectievelijk tot misleiding van het publiek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3abd7b3ecae51688b4a11498df8e4e9019c2ca051717e0b239b603621eec37c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3abd7b3ecae51688b4a11498df8e4e9019c2ca051717e0b239b603621eec37c1, en de alinea staat in dat document op bytes 11202 tot 12547.