Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 juni 2015

Onder 6.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 juni 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 juni 2015, ECLI:NL:CBB:2015:179.

Als reden voor het verzoek om schorsing van de publicatiebesluiten heeft [naam 1] betoogd dat zij tot het moment waarop het College uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak, gevrijwaard wenst te blijven van (mogelijk achteraf onterecht toegebrachte) reputatieschade. De voorzieningenrechter overweegt dat er aanleiding kan bestaan om de door [naam 1] verzochte voorlopige voorziening te treffen indien publicatie van de boete [naam 1] in verhouding tot het met de publicatie te dienen algemeen belang onevenredig zou benadelen. Van een dergelijke onevenredige benadeling kan sprake zijn als de – gehele – boete uiteindelijk in rechte geen stand houdt en de betrokken rechtspersoon ten onrechte publiekelijk als overtreder is afgeschilderd. Of sprake is van onevenredige benadeling hangt dan af van een oordeel over de rechtmatigheid van het boetebesluit (zie de uitspraak van 10 november 2010 van de Afdeling bestuursrechtspraak, ECLI:NL:RVS:2010:BO3468). Zoals hiervoor is overwogen, ziet de voorzieningenrechter geen grond voor de verwachting dat de boete niet (in essentie) in stand zal blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/593a80bc406aae0e70913410666e3d449266c5c04041f0844d0ae1d44a420142. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 593a80bc406aae0e70913410666e3d449266c5c04041f0844d0ae1d44a420142, en de alinea staat in dat document op bytes 14018 tot 15131.