Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2015
Onder 3.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:191.
Nu er ten tijde van de deelname van de toezichthouders aan de dagtochten jegens [onderneming 1] nog geen handelingen waren verricht waaraan zij in redelijkheid de gevolgtrekking heeft kunnen verbinden dat aan haar een bestuurlijke boete zou worden opgelegd of die haar positie wezenlijk zouden beïnvloeden, kan evenmin worden gesproken van een ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 EVRM. Reeds hierom kan niet worden staande gehouden dat tijdens de bedoelde dagtochten het in dat artikel besloten liggende nemo tenetur-beginsel is geschonden. Evenmin bestaat aanleiding voor het oordeel dat tijdens deze bewuste dagtochten ten onrechte geen cautie is verleend. Overigens is ook het College niet gebleken dat tijdens deze dagtochten verhoren of gesprekken met verantwoordelijke personen hebben plaatsgevonden waarvoor de verplichting zou hebben bestaan de cautie te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa588f9bb108c8d373bf80cd14d04b1f60b018e6650ddc9e1caa7e82e05f46a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa588f9bb108c8d373bf80cd14d04b1f60b018e6650ddc9e1caa7e82e05f46a, en de alinea staat in dat document op bytes 24873 tot 25767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa588f9bb108c8d373bf80cd14d04b1f60b018e6650ddc9e1caa7e82e05f46a | shasum -a 256