Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Onder 4.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:192.
In het kader van de op grond van artikel 3:2 Awb bij de voorbereiding van een besluit te betrachten zorgvuldigheid rust op ACM de verplichting om de rechtmatigheid van het door haar te hanteren bewijsmateriaal te beoordelen. In het besluit tot boeteoplegging is ACM in randnummer 180 e.v. ingegaan op het gebruik van de tapgegevens als bewijs. Daarbij heeft zij beoordeeld of bij de verkrijging van de tapgegevens de beginselen van de goede procesorde zijn geschonden, dan wel dat sprake is van veronachtzaming van de rechten van verdediging. Daarbij heeft ACM benadrukt dat de wetgever de (actieve) bevoegdheden van ACM om gegevens te verzamelen heeft begrensd, doch niet de gegevens die ACM mag ontvangen. ACM concludeert dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de door VROM-IOD aan ACM verstrekte tapgegevens niet als bewijs mogen worden gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4, en de alinea staat in dat document op bytes 65195 tot 66063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4 | shasum -a 256