Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015

Onder 2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:192.

Uit de voornoemde uitspraak van 13 juni 2013 volgt ook dat voor de verstrekking van strafvorderlijke gegevens sprake moet zijn van een kenbare, voor de rechter toetsbare afweging van de officier van justitie zelf, die heeft geleid tot de conclusie dat er sprake is van noodzaak tot het verstrekken van de gegevens vanwege een zwaarwegend algemeen belang. Voorts dient de officier van justitie te toetsen of de verstrekking voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit verband heeft de rechtbank gewezen op de noodzaak van de naleving van de eisen van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), op grond waarvan een ieder recht op respect voor zijn privéleven heeft. Artikel 39f Wjsg, dat een wettelijke grondslag voor de verstrekking van strafvorderlijke gegevens aan derden bevat, waarborgt dat deze eisen in acht worden genomen. Van deze afweging is in dit geval niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4, en de alinea staat in dat document op bytes 15524 tot 16531.