Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:192.
Ter zitting is de gemachtigde van [BV 1] , onder verwijzing naar de conclusie van advocaat-generaal bij de Hoge Raad van 28 mei 2014 in de zaak X. tegen de staatssecretaris van Financiën (ECLI:NL:PHR:2014:521), nader ingegaan op de maatstaven voor beoordeling van het gebruik van strafvorderlijk onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal in bestuursrechtelijke procedures. Daarbij is benadrukt dat het “zozeer indruist-criterium” niet gehandhaafd kan worden in zaken waarin een punitieve sanctie is opgelegd. Bepaald moet worden in welke kolom de onrechtmatigheid plaatsvindt. In dit geval ligt de onrechtmatigheid bij de overdracht en het handelen door ACM. In het licht van de conclusie van de advocaat-generaal moet dat leiden tot uitsluiting van het bewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4, en de alinea staat in dat document op bytes 51596 tot 52373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c191bc6792d65f160b525886f605fe0fb4788b8c952520f55e38ed7ff36feb4 | shasum -a 256