Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:193.
De vraag of een document (telefoontaps) behoort of dient te behoren tot het strafdossier moet worden beantwoord aan de hand van het relevantiecriterium dat in het door de rechtbank geciteerde arrest van de Hoge Raad is afgebakend. Het gaat om de relevantie voor de bewijsvragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Dit standpunt is versterkt door de wetgever in 2013. Sinds 1 januari 2013 geeft artikel 149a, eerste lid, Sr als definitie van “processtukken”: alle stukken die voor de ter terechtzitting door de (straf)rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn”. Dergelijke stukken maken ook niet automatisch deel uit van het strafdossier. Bovendien kan hier een aanwijzing in worden gevonden dat het wel degelijk gaat om ‘gegevens in het strafdossier zoals dan aan de bij de berechting van de verdachte betrokken rechter voorgelegd wordt of zal worden’, anders dan de rechtbank stelt. Uit de wettekst van de nieuwe bepaling volgt rechtstreeks dat het gaat om stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65ce6ea4cfa5c971981d1cc8ad1fb6a9c342fb97bd93b841c64f1d69f0131135. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65ce6ea4cfa5c971981d1cc8ad1fb6a9c342fb97bd93b841c64f1d69f0131135, en de alinea staat in dat document op bytes 21329 tot 22447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65ce6ea4cfa5c971981d1cc8ad1fb6a9c342fb97bd93b841c64f1d69f0131135 | shasum -a 256