Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2015
Onder 4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:198.
Uit de tekst van artikel 11.7, vijfde, negende en tiende lid van de Tw (oud) volgt, dat ACM ten aanzien van de voorliggende boete op grond van artikel 11.7, negende en tiende lid, in samenhang met het vijfde lid van de Tw (onder meer) moet aantonen dat communicatie is overgebracht door gebruik van de in het vijfde lid bedoelde middelen, daaronder begrepen het telefonisch overbrengen van communicatie (telemarketing). Voor het overbrengen van communicatie via de telefoon, ook als deze ongevraagd is, is in ieder geval noodzakelijk dat een verbinding tot stand wordt gebracht. Naar het oordeel van het College, en anders dan de rechtbank in de bestreden uitspraak, betekent dit dat ACM, bij gebreke van het directe bewijs van de communicatie zelf, tenminste dient aan te tonen dat het gebruik van de contactgegevens er toe heeft geleid dat een verbinding tot stand is gebracht, waarbij in het midden kan blijven of het daadwerkelijk de abonneehouder zelf was die telkens heeft opgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9d75987a08f4bb627f37fa4622eb2be1b938e61beb4d7d4705a611194b5ff6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9d75987a08f4bb627f37fa4622eb2be1b938e61beb4d7d4705a611194b5ff6c, en de alinea staat in dat document op bytes 20556 tot 21558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9d75987a08f4bb627f37fa4622eb2be1b938e61beb4d7d4705a611194b5ff6c | shasum -a 256