Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 juli 2015

Onder 3.12 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 juli 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:233.

Appellanten hebben tevens een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn. De procedure moet op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) binnen een redelijke termijn zijn afgerond. In punitieve zaken geldt daarvoor het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel niet is overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. Daarbij geldt dat de procedure aanvangt met het boetevoornemen. Gelet op de omstandigheid dat de totale procedure ten tijde van de einduitspraak de termijn van vier jaar zal hebben overschreden moet de vast te stellen boete om die reden verder worden gematigd. Volgens vaste jurisprudentie geldt dat bij overschrijding van de redelijke termijn de boete met 5% per half jaar wordt gematigd. Het College ziet geen aanleiding in bijvoorbeeld de ingewikkeldheid van de zaak of het processuele gedrag van appellant om van dit uitgangspunt af te wijken. De boete wordt moet daarom verder worden verlaagd met 5%.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5ad10be33ec88f56b3b3a4f973d26709adb239ed8d84fe51e47eb4cbe664153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5ad10be33ec88f56b3b3a4f973d26709adb239ed8d84fe51e47eb4cbe664153, en de alinea staat in dat document op bytes 32185 tot 33295.