Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015
Onder 7.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:260.
KPN heeft in haar zienswijze over het wijzigingsbesluit gesteld dat zij geen bezwaren heeft tegen de daarbij doorgevoerde aanpassingen en de hoogte van de op basis daarvan gewijzigd vastgestelde tariefplafonds, maar wel tegen de beperking van de terugwerkende kracht voor de gelding van die plafonds tot 1 januari 2011 (beroepsgrond 1). Naar de mening van KPN had ACM deze plafonds per 1 januari 2009 moeten laten gelden. KPN voert hiertoe aan dat de argumenten die ACM aanvoert voor het aanbrengen van een ‘knip’ geen hout snijden. Met betrekking tot het argument van ACM dat de naheffing niet kan worden doorberekend door de wholesaleafnemers, stelt KPN allereerst dat de grootste twee WPC-afnemers de zeer aanzienlijke verlaging van het xTL-tarief in het WPC-IIa besluit niet in hun eindgebruikerstarieven tot uitdrukking hebben gebracht. Zij hebben kortom hun aandeel in de terugbetaling van KPN van 21 miljoen euro over 2009 in eigen zak gehouden en aldus in feite een reserve opgebouwd. Voorts stelt KPN dat de wholesaleafnemers als redelijk en prudent handelende ondernemers in hun tariefstelling rekening hadden moeten houden met een mogelijke stijging van hun inkoopkosten als gevolg van de gerechtelijke procedure. De wholesaleafnemers zijn gedurende het gehele proces van totstandkoming van het WPC-IIa besluit op de hoogte gehouden van de standpunten van ACM en de bezwaren van KPN. Zij hebben dus al in 2009 een inschatting kunnen maken van de kans dat de bezwaren zouden worden gehonoreerd en de tariefplafonds zouden stijgen. Niet valt in te zien waarom de bijzonder lange periode tussen het WPC-IIa besluit en het wijzigingsbesluit meer in het voordeel van de wholesaleafnemers dan in het voordeel van KPN weegt. ACM motiveert dit ook niet. Onjuist is het argument van ACM dat overheveling van een deel van de kosten van KPN naar (tarieven voor) een andere periode zich niet verdraagt met de eis van kostenoriëntatie. Het is – ook in de reguleringspraktijk van ACM en haar voorgangers, zoals ook is beoordeeld en geaccepteerd door het College – gebruikelijk dat een correctie op tarieven voor periode X ten behoeve van de eis van kostenoriëntatie zijn beslag krijgt in een andere periode (zie de zogenoemde ‘meerjarenvensters’). Ten slotte heeft ACM niet aannemelijk gemaakt dat het belang van voldoende concurrentie daadwerkelijk wordt aangetast als de afnemers van WPC-diensten met de naheffing over de volledige periode worden geconfronteerd. In stand laten van de ‘knip’ zou er toe leiden dat KPN als gevolg van de lange duur van de beroepsprocedure ruim 20 miljoen euro misloopt. Dat klemt te meer nu haar concurrenten dat vervolgens als voordeel in de schoot geworpen krijgen. Ook zou dit een verkeerd signaal zijn voor ACM. ACM kan dan in het vervolg partijen straffeloos bovenmatig streng reguleren. De rechtsbescherming zou dan zijn uitgehold.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3e36c08f6cdeb4ec2ba4ad98837f34c67cf1ba9e493e2a8a049c7285ae3bfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3e36c08f6cdeb4ec2ba4ad98837f34c67cf1ba9e493e2a8a049c7285ae3bfe, en de alinea staat in dat document op bytes 54820 tot 57720.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf3e36c08f6cdeb4ec2ba4ad98837f34c67cf1ba9e493e2a8a049c7285ae3bfe | shasum -a 256