Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015

Onder 7.4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:260.

Het College ziet geen grond voor het oordeel dat het ex ante karakter van de in hoofdstuk 6A van de Tw neergelegde regulering voor ondernemingen die beschikken over AMM en de daarmee corresponderende bepalingen in het Europees regelgevend kader voor de elektronische communicatiesector zich verzetten tegen het met terugwerkende kracht vaststellen van hogere tariefplafonds, zoals Tele2 e.a. in het kader van beroepsgrond 6 betogen. Een van de twee kernen van dit betoog is dat genoemde ex ante regulering daarvoor geen grondslag biedt, omdat met die vaststelling geen potentiële mededingingsproblemen meer kunnen worden voorkomen. Tele2 e.a. moet worden nagegeven dat het NRK verplichtingen kent – zoals een toegangsverplichting – die van dien aard zijn dat met recht kan worden betwijfeld of een redelijk doel is gediend met het met terugwerkende kracht opleggen van die verplichting. Zoals in rechtsoverweging 7.4.1 is vermeld, is de verplichting om maximale kostengeoriënteerde tarieven te hanteren echter reeds aan KPN opgelegd bij de daar genoemde marktanalysebesluiten en voorziet het wijzigingsbesluit (slechts) in de operationalisering van deze verplichting door de nadere bepaling van de maximale hoogte van de betreffende tarieven over de in geding zijnde reguleringsperiode. Dit betekent dat de vraag of het opleggen van een prijsmaatregel in de vorm van tariefplafonds voor bepaalde diensten in overeenstemming is met artikel 6a.2, derde lid, van de Tw en dus gelet op de aard van het op de betreffende markten geconstateerde potentiële mededingingsprobleem en in het licht van de doelstellingen van artikel 1.3. proportioneel en gerechtvaardigd is, bij het wijzigingsbesluit al een gepasseerd station is. Dit neemt, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 7.4.2 is overwogen, niet weg dat de hier in geding zijnde nadere invulling van deze tariefplafonds eveneens passend moet zijn als bedoeld in artikel 6a.2, derde lid, van de Tw, waarbij in dit geval ook acht moet worden geslagen op hetgeen als uitvloeisel daarvan in rechtsoverweging 7.4.3 is overwogen. Gegeven dit kader ziet het College niet in dat deze invulling reeds vanwege het enkele feit dat zij tot stand is gekomen na afloop van de reguleringsperiode en met terugwerkende kracht is ingevoerd, niet meer kan worden beschouwd als te zijn gebaseerd op de aard van het in de betreffende marktanalysebesluiten geconstateerde mededingingsrechtelijke probleem van het risico op buitensporig hoge tarieven voor bepaalde wholesalediensten op de relevante markten en reeds om die reden niet meer als passend kan worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3e36c08f6cdeb4ec2ba4ad98837f34c67cf1ba9e493e2a8a049c7285ae3bfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3e36c08f6cdeb4ec2ba4ad98837f34c67cf1ba9e493e2a8a049c7285ae3bfe, en de alinea staat in dat document op bytes 63359 tot 65976.