Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 augustus 2015

Onder 4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 augustus 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 augustus 2015, ECLI:NL:CBB:2015:285.

Het College stelt vast dat de normen die zijn opgenomen in de thans aan de orde zijnde bepalingen uit boek 6 BW voortvloeien uit Richtlijn 2005/29, die als uitgangspunt heeft te gelden. Hoewel de in de betrokken bepalingen opgenomen begrippen in algemene bewoordingen zijn gedefinieerd ziet het College geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het voor [naam 1] en [naam 2] onvoldoende duidelijk is geweest dat de door hen verrichte handelingen vielen onder het toepassingsbereik van deze verbodsbepalingen. Het College verwijst in dit verband ook naar zijn uitspraak van 30 januari 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:25) waarin het College oordeelde dat niet valt in zien dat de in artikel 8.8 Whc in verbinding met artikel 6:193c, eerste lid, aanhef en onder b, BW vervatte norm te weinig concrete aanknopingspunten zou bieden en te veel ruimte voor discussie zou laten om een handelaar in staat te stellen zijn gedrag op die norm af te stemmen. Deze norm maakt voldoende duidelijk welke gedragingen als misleidende handelspraktijk worden aangemerkt. Zo kan hieruit worden opgemaakt dat het een handelaar bij het aanbieden van zijn product niet is toegestaan de consument informatie te verstrekken die ertoe kan leiden dat hij van bijvoorbeeld de risico’s van het product een verkeerd beeld krijgt en die hem ertoe kan verleiden over de aanbieding een beslissing te nemen die hij normaal gesproken niet zou hebben genomen. Gedraagt een handelaar zich op zodanige wijze dat dit schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten, dan is sprake van een inbreuk en daarmee van een overtreding en kan daartegen op grond van de Whc worden opgetreden. Hetgeen onder ‘inbreuk’ en ‘collectieve belangen’ moet worden verstaan is in de Memorie van Toelichting bij de Whc (Kamerstukken II, 2005-2006, 30 411, nr. 3, blz. 15-17) bovendien voldoende toegelicht. Van strijd met het in artikel 7 EVRM neergelegde bepaalbaarheidsgebod is naar het oordeel van het College in voornoemde uitspraak dan ook geen sprake (zie in dit verband ook de Memorie van Toelichting bij de Wet OHP, blz. 18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/140dda7616194f2cec99f2d4d574e101723de23f08181d2ee529a78deb9c5d9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 140dda7616194f2cec99f2d4d574e101723de23f08181d2ee529a78deb9c5d9b, en de alinea staat in dat document op bytes 20707 tot 22838.