Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2015

Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:288.

Ingevolge artikel 5:32b, derde lid, van de Awb moet de dwangsom (en het maximum) in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom. Naar vaste rechtspraak, het College verwijst naar zijn uitspraak van 29 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV8968, bestaat er bij de beoordeling van een last onder dwangsom geen aanleiding voor de, bij punitieve sancties passende, indringende toetsing aan de in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb besloten liggende evenredigheidsmaatstaf, ook niet wat betreft de hoogte van de dwangsom. Daarbij geldt slechts de beperking dat het bedrag van de dwangsom niet disproportioneel hoog mag zijn in verhouding tot de ernst van de overtreding. Voorts biedt deze maatstaf naar zijn strekking ruimte voor een bestuurlijke afweging van belangen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De wijze waarop een bestuursorgaan gebruik heeft gemaakt van deze beoordelingsvrijheid dient door de rechter terughoudend te worden getoetst. Met de rechtbank ziet het College geen reden waarom het bestreden besluit deze toetsing niet zou doorstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7434bb3620f959bfc0cdc695afe227698bab5cc326106cde559db1131002b94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7434bb3620f959bfc0cdc695afe227698bab5cc326106cde559db1131002b94, en de alinea staat in dat document op bytes 21348 tot 22480.