Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015
Onder 4.4.2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015, ECLI:NL:CBB:2015:300.
Artikel 6 van het EVRM brengt mee dat de rechter dient te toetsen of de hoogte van de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding. De wetgever heeft reeds een afweging gemaakt welke boete bij een bepaalde overtreding evenredig moet worden geacht. Het met de Transportverordening, de Gwwd en de Regeling bestuurlijke boetes Gwwd gediende doel - het waarborgen van dierenwelzijn - staat voorop. Voor zover eiseres betoogt dat de boete niet is afgestemd op de ernst van de onderhavige overtreding en de mate waarin die eiseres kan worden verweten, is de rechtbank gelet op het voorgaande van oordeel dat het door eiseres gestelde geen grond geeft voor het oordeel dat de opgelegde boete niet evenredig is.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8, en de alinea staat in dat document op bytes 14290 tot 15064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8 | shasum -a 256