Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015

Alinea 35 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015, ECLI:NL:CBB:2015:300.

8. Dat de wonden voorafgaand aan de slacht van het varken door de door appellante genoemde personen, onder wie de dierenarts die de ante mortem-keuring heeft verricht, niet zijn opgemerkt en dat het varken bij de ante mortem-keuring niet is afgekeurd en zelfs in categorie 1 is geplaatst, doet aan het voorgaande niet af, omdat niet kan worden uitgesloten dat de wonden door die personen over het hoofd zijn gezien. In dit verband is van belang dat appellante zelf ook heeft aangegeven dat de kans aanwezig was dat de wonden waren afgedekt met mest of ander materiaal en dat, zoals ter zitting van het College door partijen is toegelicht, de controle van de varkens bij de slachterij niet per individueel varken plaatsvindt, maar groepsgewijs. Anders dan appellante heeft aangevoerd, heeft het varken ook anderszins niet de aandacht hoeven trekken, omdat, zoals de dierenarts van verweerder ter zitting van het College heeft verklaard, een gewond varken niet per se hoeft te gillen van de pijn en steunend op andere varkens naar binnen kan zijn gelopen. Dat de door appellante genoemde personen het varken levend hebben gezien in tegenstelling tot de toezichthouders die (foto’s van) het varken na de slacht hebben beoordeeld, betekent niet dat de rechtbank had moeten uitgaan van de ante mortem-keuring. Aangezien voorts vast staat dat sprake is geweest van open wonden en dat deze wonden al voor het transport zijn ontstaan, moet de dierenarts die de ante mortem-keuring heeft verricht de wonden wel over het hoofd hebben gezien, zodat aan de verklaring van verweerder ter zitting van de rechtbank dat die dierenarts dit ook heeft verklaard geen verdere betekenis toekomt. Voor zover appellante betoogt dat de open wonden niet zichtbaar waren en haar om die reden geen verwijt kan worden gemaakt, moet worden geoordeeld dat dit betoog ziet op de verwijtbaarheid waarover het College hierna zal oordelen en niet afdoet aan de conclusie dat appellante in strijd in strijd met artikel 9 van de Regeling dierenvervoer 2007, in samenhang gelezen met artikel 3 en artikel 6, derde lid, en Bijlage I, hoofdstuk I, paragrafen 1 en 2, onder b, van de Transportverordening het varken heeft vervoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8, en de alinea staat in dat document op bytes 21160 tot 23380.