Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015

Alinea 38 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2015, ECLI:NL:CBB:2015:300.

11. De beroepsgronden van appellante, inhoudende dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het beroep op de afwezigheid van verwijtbaarheid niet slaagt en dat de hoogte van de opgelegde boete in redelijke verhouding staat tot de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding, falen evenzeer. Appellante is – kort gezegd – als vervoerder ervoor verantwoordelijk dat dieren in overeenstemming met de Transportverordening worden vervoerd. Dat appellante de open wonden niet heeft gezien omdat de kans aanwezig was dat de wonden waren afgedekt met mest of ander materiaal, komt voor haar rekening en risico en doet niet af aan de verwijtbaarheid van appellante. De aanname van appellante dat het vervoer geen extra lijden heeft veroorzaakt bij het varken, strookt niet met de conclusie in de diergeneeskundige verklaring dat de wonden het varken extra lijden hebben veroorzaakt tijdens het vervoer. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de opgelegde boete niet evenredig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a616a8d7a0095d68dbf4089dbd947c2f50d44f2071068f90209bff4b04b0cb8, en de alinea staat in dat document op bytes 24025 tot 25067.