Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2015
Onder 3.11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:312.
Appellant heeft betoogd dat AFM pas bij brief van 6 juni 2014 de getuigenverklaringen daadwerkelijk in de beoordeling heeft betrokken. Appellant leidt uit de gang van zaken af dat bij AFM pas na kennisneming van zijn verweer de gedachte heeft postgevat dat het bestreden besluit van 20 maart 2014 een wankele basis had en dat de motivering diende te worden aangevuld. Volgens appellant stond het AFM in dat stadium niet meer vrij om de motivering van het bestreden besluit aan te vullen. Primair stelt appellant zich op het standpunt dat AFM hiermee een zodanige mate van vooringenomenheid heeft laten zien, dat geconcludeerd moet worden dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en de rechtbank het reeds om die reden had moeten vernietigen. Subsidiair had de rechtbank het bestreden besluit volgens appellant moeten beoordelen als ware de aanvullende motivering van 6 juni 2014 er niet geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7789d5b3f61f83a8061a94a884924b681d27caaf7ec8c66ac8389771563aae5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7789d5b3f61f83a8061a94a884924b681d27caaf7ec8c66ac8389771563aae5, en de alinea staat in dat document op bytes 35188 tot 36108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7789d5b3f61f83a8061a94a884924b681d27caaf7ec8c66ac8389771563aae5 | shasum -a 256